Geschreven door Marcel Coops (16 juli 1957 – 11 augustus 2010)papa

Op 20 september 2005 knapte het lijntje, burnout, depressie. Dat gebeurde natuurlijk niet zomaar. Er waren al wat dingen mis gegaan: de solozang carrière (astma), de wijnhandel (supermarkten), dus ik had wat in te halen. Het werd een meestertitel in het Nederlands recht via de Open Universiteit en daarna een benoeming als griffier bij de rechtbank in Maastricht (het was 1999, ik was 42). Dat ging zo goed dat de ultieme top lonkte: rechter worden. En toen ging het fout. Ondanks zeer goed beoordeelde ‘proefzittingen’ als rechter gaf het eigen rechtbankbestuur me géén aanbeveling. Ik was een risico, als persoon. Te kleurrijk, niet grijs genoeg, niet ‘welkom zoals je bent’. Niet zo vreemd dat het vervolgens spaak liep bij de selectiecommissie rechterlijke macht in Den Haag. Psychisch aan de grond, in hart en ziel diep gewond. Hoe verder? Onlangs – na een jaar therapie – vroeg Jan van der Heijden me: zou je willen opschrijven hóe je verder bent gegaan en waar je nu staat? Dit stukje is daarvan het resultaat.

Laat ik voorop stellen: ik ben niet meer ‘de oude’. Ik ben geen auto die na reparatie weer gewoon verder tuft. Als mensen vragen: hoe gaat het?, zeg ik: anders. Anders, want ik ben met de hulp van Jan gaan werken aan het veranderen van mijn ‘fundament’. Niet meer streven naar het bereiken van alles en nog wat, hoe legitiem ook, en je eigenwaarde niet meer laten bepalen door uiterlijk succes. Een mooi streven, maar hoe pak je dat aan? In het boek ‘De 7 eigenschappen van effectief leiderschap’ van Stephen Covey vond ik methoden om met mezelf en met anderen ‘effectiever’ om te gaan, maar toch miste ik iets.
Aangespoord door zeer goede vrienden en het lezen van de Dalai Lama, kwam ook ik bij het zoeken naar een dieper geworteld fundament het zo vaak gebruikte begrip ‘spiritualiteit’ tegen. Daaronder versta ik: de morele principes die je doen en denken aansturen en waaruit je telkens nieuwe kracht kunt putten. Kort gezegd: jouw geestelijke energiebron, de ‘bron van waarde’. Maar hoe te kiezen uit alles wat zich aandient? Komt de wijsheid altijd van ver (het oosten is erg in trek) of hebben we dichter bij huis ook iets te bieden?
Jan en ik kwamen daar aanvankelijk niet zo goed uit en onze gesprekken waren – zeker voor mij – ook wat onwennig. Psychotherapie en filosofie leken wel broertjes van elkaar, en kon of hoorde dat zo? Hoe dan ook, wij bedachten dat het voor mij goed zou zijn na al het némen ook te gaan géven. Niet meer eigen doelen najagen, maar iets doen voor anderen waarbij die ánder centraal staat. Actie dus, niet alleen woorden maar ook daden! Proberen je ‘gewond zijn’ om te zetten in positieve energie voor je medemens. Ik ben toen gaan praten met dominee Stegink die ik kende als ‘collega-vader’ van het schoolplein. Via hem kwam ik bij het inloophuis voor dak- en thuislozen in Sittard terecht, waar ik sinds januari vrijwilliger ben. Niets vragen, niets verwachten, en schouderklopjes moet je jezelf maar geven. Toch kríjg je ook, je ontvangt door te geven. Vreemd maar waar…

Inmiddels kan ik benoemen wát ik heb gekregen. Een mensbeeld van ‘niets moeten bewijzen naar welkom zijn zoals je bent’. Dat dit gold voor de ánder vond ik niet zo nieuw, maar het geldt óók voor míj! En dát was revolutionair! Welkom zoals je bent: ik voelde dat bij de dominee en in het inloophuis, ik trof het aan in de boeken van de benedictijner pater Anselm Grün, waarin hij de christelijk benedictijnse spiritualiteit als actuele bron van waarde vertaalt naar talloze thema’s uit het moderne leven van alledag. Ik ondervond het van mijn parochiepastoor pater Vergouwen, die ik toevallig tegenkwam (de Geest waait waar hij wil!) en die mij ‘strikte’ als organist en co-dirigent van het dameskoor.
Welkom zoals ík ben. Een helende houding voor hart en ziel, die inspireert tot een positieve respons: fijn er te zijn, wat kan ik doen? En daardoor heb ik mijn fundament gevonden. Fundamenteler kan niet, want het is gericht op Hem die iederéén van goede wil welkom heet en jóu uitnodigt tot concrete daden. Toen Jan zag dat ik die richting uitging gaf hij mij het boekje ‘een levensregel voor beginners – benedictijnse spiritualiteit voor het dagelijks leven’ van de chemicus en filosoof Wil Derkse. Een zéér inspirerende én praktische toelichting op de leefregel van Benedictus voor de beslommeringen van alledag. Geen zweverij of hoogdravende dingen: vóór de verlichting: water putten en houthakken, ná de verlichting: water putten en houthakken! Dát is mijn bron van waarde en dát doet mij voelen dat het zó goed is. Misschien heet dat wel geluk?

Vallen doe ik dagelijks, opstaan gelukkig ook. Mijn fundament is geen veroverd bezit en er moet dagelijks aan gewerkt worden. Het is geen tovermiddel dat alle pijnen en depressieve gevoelens doet verdwijnen als een koele pint op een zomers terras. Maar het gaat wel ‘ad fundum’, tot op de grond. Daar vind je dan weer die grondhouding: welkom zoals je bent. God zij dank volstaat goede wil en mag je, van Benedictus én van Hem, levenslang een beginner blijven. Maar wel een beginner die nóóit als een risico wordt gezien maar als een kanshebber… op (persoonlijke) groei, (menselijk) geluk en (geestelijke) gezondheid!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Fill out this field
Fill out this field
Geef een geldig e-mailadres op.
Je moet de voorwaarden accepteren voordat je het bericht kunt verzenden

Menu