2 april 2010

You win or you lose. Zo simpel is het in een wedstrijd. Onze calvinistische instelling die wij “Hollandse nuchterheid” noemen, wordt volledig aan de kant geschoven op het moment dat ons elftal ergens een balletje moet verplaatsen of als Sven een paar duizend meter op de schaatsen rijdt. Massaal trekken we naar de plaatselijke stamkroeg om in ons oranje tenue als idioten naar een tv schermpje te staan schreeuwen. Het zijn de momenten waarop wij ons eindelijk eens durven te laten gaan. Een biertje, een bitterballetje (de snack die overigens weer helemaal terug is van weggeweest), warmte en saamhorigheid. Kortom, de liefde voor het vaderland vlamt weer even op.

Competitie
Des te wranger was het natuurlijk toen onze Sven door een stomme vergissing zijn kans op de gouden medaille in rook op zag gaan. Het had niks te maken met een slechte prestatie of te weinig voorbereiding. Die jongen was in topvorm! Nee, het was een vergissing van zijn trainer, door wie hij uiteindelijk verloor. Nou ben ik totaal niet competitief ingesteld als het gaat om sport, maar ik weet wel dat verlies eerder te accepteren is als het een gevolg is van je eigen falen, dan wanneer de kans op overwinning ontnomen wordt door stommiteiten of externe factoren waar je weinig invloed op hebt. Een kans missen is klote, een kans niet eens krijgen, behaalt de overtreffende trap.

Kutziekte
Kanker is net zo iets. Dat is gewoon kut, nog kutter als je er niet eens wat tegen kan doen, omdat je er te laat achter bent gekomen – wat overigens geen medisch falen is, maar gewoon de stomme pech dat je een tumor aan de alvleesklier niet voelt groeien, tot het te laat is. Papa is in amper twee maanden tijd van een relatief gezonde man van middelbare leeftijd (die overigens altijd wel iets te jammeren had) verschrompeld tot een broodmager, ziekelijk bleek en afhankelijke kankerpatiënt. En nu blijkt dat zijn vriendin een kwaadaardige tumor in haar rechterborst heeft. Eraf met die handel! Volledige amputatie. Vreselijke samenloop van omstandigheden, maar aangezien er volledig vertrouwen is in haar herstel, bleef de priemende vraag hangen: Wie zorgt er dan voor mijn “arme, oude vader” (zijn zelfomschrijving toen alles nog gewoon was zoals het hoorde)?!

Redder in nood
Ik trek meteen mijn denkbeeldige harnas aan (moed). Klim op mijn viriele paard (trein) en beveel hem om mij in een ongekend tempo naar de Limburgse landschappen te rijden. Klaar voor de strijd! Helm op, zwaard (morfinepleisters) in mijn rechterhand, een schild (voedzame dieet shake gevuld met omega-3 vetzuren) in mijn linker. Uit volle borst roep ik: “Vader, deze vechtlustige jonkvrouwe, uw oudste dochter, komt u redden!”

Zorg
Van zijn repliek heb ik weinig kunnen verstaan, aangezien hij op het moment van ons telefoongesprek een bloedtransfusie onderging en weinig kracht noch stemgeluid had. Wat er is blijven hangen, zijn zinnen van “Je moet me hier niet mee overvallen” tot “We zoeken wel hulp hier uit de buurt”, en van “De hulp van je zusje neem ik wel aan, omdat ze professioneel verpleegkundige is” tot “Je komt maar af en toe een dagje”. Weer een illusie armer. Ik, notabene zijn bloedeigen dochter, word niet in staat geacht om haar vader te voeren, aan te kleden, te zorgen dat hij zijn medicatie neemt, er voor hem te zijn. En ik maar denken dat liefde het belangrijkste ingrediënt was! Nou heb ik een ongekende capaciteit om de mooiste visualisaties uit mijn fantasie aan te boren, maar ik sta stevig genoeg met beide benen op de grond om te weten dat ik mijzelf niet kan omtoveren tot supernurse (één zorgwonder in de familie is voldoende). Is dat dan nodig om voor je vader te zorgen? Niet dat ik weet. Als zijn levenspartner voor hem kan zorgen, moet ik dat volgens mij ook kunnen. Mijn inzet zal gegarandeerd net zo oprecht en doortastend zijn.

Een klein beetje Sven
Ik heb voldoende perspectief; mijn ongestreden, kansloze – maar heldhaftige – poging om voor mijn vaders kwaliteit van leven te vechten, wordt volledig overschaduwd door zijn slag tegen Goliath. En toch voel ik me een klein beetje Sven. Ik wil zo graag deel uitmaken van zijn leven, ook nu het tot zijn einde komt. Deze kans ontneemt hij mij, de herinnering dat ik mijn papa ook heb geholpen, komt er niet. En dat maakt me boos, gefrustreerd, machteloos. Even zen: ik sluit mijn ogen, breng mijn vingertoppen naar elkaar en leg mijn handen op mijn knieën. Acceptatie is het sleutelwoord, maar verdomd moeilijk om toe te passen!.

Papa, ik hou van je.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Fill out this field
Fill out this field
Geef een geldig e-mailadres op.
Je moet de voorwaarden accepteren voordat je het bericht kunt verzenden

Menu