21 oktober 2010

Lieve papa,

Had jij dat ook? Dat je er niets van begreep dat opa er ineens niet meer was? Zomaar, na amper zes weken ziek te zijn geweest, was-ie foetsie. Eerst nog lekker aan het genieten van zijn pensioen, plots met een gele huidskleur in het ziekenhuisbed, om er binnen de kortste keren tussenuit te piepen.
Zo ervaar ik het in ieder geval; ongeloof. Het kan bijna niet echt zijn. Dat mensen overlijden, weet ik donders goed. Maar wat het betekent om je papa te verliezen, blijft voor mij nog een beetje abstract. Ik kan er niet goed bij. De meest voor de hand liggende ervaringsdeskundige die ik hierover had kunnen raadplegen, was jij en toch is het zeven maanden lang niet één keer in me opgekomen om jou te vragen hoe jij het verlies van opa hebt ervaren. Gek hè?!

En toch ben jij dood. Jij lag in die kist. Correctie, jouw lichaam. Jij was allang vertrokken. Ik knuffelde een uurtje na je overlijden met je lichaam, niet met mijn papa. Het was je hand op mijn gezicht, maar het was geen aanraking. Het was een statige, wassen pop die we een week lang opgebaard hadden in jouw huis. Hij leek wel een beetje op je, méér ook niet. Gedurende die week tot aan de crematie stonden we dagelijks met een liefdevolle blik naast je kist, zelfs tot aan de ovens toe, waar het vuur toch echt niet kon verhullen wat er ging gebeuren. Hoe confronterend kun je het hebben, toch?
Ik snap er in ieder geval geen snars van. Nog steeds niet en het is inmiddels alweer tien weken geleden dat jij het voor gezien hield. Ik begrijp niet dat ik je nooit meer kan zien. Ik kan niet bevatten dat je mij nooit meer een vaderlijke knuffel zal geven. Hoe kan ik dat in hemelsnaam bolwerken als elke herinnering aan jou zo levendig blijft?

Ik hoef maar het station op Amsterdam centraal uit te stappen en ik kijk tegen het Victoria hotel aan, waar wij elkaar vorig jaar november troffen. De Bijenkorf blijft hét warenhuis waar wij met zijn tweetjes lekker een hapje gingen eten. Jij wilde altijd de wijnafdeling in grote Albert Heijn filialen bezoeken, dus ik hoef maar boodschappen te gaan doen en het voelt alsof je naast me loopt om op je op jouw unieke en theatrale manier te verrukken over de prachtige indeling van de winkel. Ik lig in gedachte naast je op bed televisie te kijken, waar we ons samen te verwonderen over de kundigheid en het gemak waarmee Ceasar Millan , de dog whisperer van National Geographic Channel, de meest maniakale viervoeters tot makke lammetjes transformeert.

Ik zie nog elke grimas op je gezicht, van geveinsde schok tot Hollandse nuchterheid. Ik herken de vertrouwde blik in je ogen, ik voel je armen om mij heen en zou me bijna weer ontworstelen aan die plakzoenen van je. Daar werd ik knettergek van, maar ik zou nu de luttele spaarcenten op mijn rekening opgeven om er nog een paar te krijgen.

Papa, hoe kan het nou dat je dood bent, maar voor mijn gevoel nog zo levend bent? Hoe kan het nou dat ik ondertussen die verstikkende pijn voel als ik in bed lig en onwillekeurig aan je denk? Hoe kan ik dat groeiende besef, dat als een bijtend zuur mijn ziel binnen sijpelt, het spreekwoordelijke plekje geven? Hoe moet ik ooit die tranen stoppen die spontaan over mijn wangen biggelen, terwijl ik serieus aan het werk dien te zijn? Hoe kan dat nou, papa?

Dikke plakzoen terug,
Mick

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Fill out this field
Fill out this field
Geef een geldig e-mailadres op.
Je moet de voorwaarden accepteren voordat je het bericht kunt verzenden

Menu